n8n vs Make draait om één vraag: hoeveel stappen zitten er gemiddeld in je flows? n8n rekent per workflow-uitvoering, ongeacht de lengte. Make rekent per module-actie. De omslag ligt tussen de acht en dertien stappen per run, en waar precies hangt af van hoeveel runs je draait. Daaronder is Make goedkoper, daarboven n8n.
Ik draai zelf 104 workflows op n8n. Die deden van 24 tot en met 31 augustus 2026 samen 417 uitvoeringen. Dat is 52 per dag over acht dagen, ongeveer 1.560 per maand. Hieronder staan de verschillen tussen n8n en Make die er echt toe doen, twee rekenscenario’s met mijn eigen cijfers waarin Make er allebei de keren goedkoper uitkomt, en vier situaties met een concreet advies.
n8n vs Make: de verschillen die er echt toe doen
n8n en Make doen hetzelfde: een trigger, een reeks stappen, data van A naar B. De verschillen zitten in het rekenmodel, de hosting, het debuggen, het instapniveau en het aantal koppelingen. Alle prijzen hieronder komen van de prijspagina’s van beide leveranciers, gecontroleerd op 5 september 2026. n8n factureert in euro’s, Make in dollars. Waar ik de twee tegen elkaar afzet gebruik ik de ECB-referentiekoers van 3 september 2026: één euro is 1,1615 dollar. Die koers beweegt, dus reken hem na op het moment dat je kiest.
| Criterium | n8n | Make |
|---|---|---|
| Rekeneenheid | 1 workflow-uitvoering, ongeacht het aantal stappen | 1 credit per module-actie |
| Instapprijs betaald | 20 euro per maand (Starter, jaarlijks), 2.500 uitvoeringen | 9 dollar per maand (Core, jaarlijks), 10.000 credits |
| Gratis variant | Community Edition, self-hosted, geen limiet op uitvoeringen | Free-plan, 1.000 credits, maximaal 2 actieve scenario’s |
| Self-hosting | Ja, onder de Sustainable Use License | Nee, alleen cloud (AWS EU of Noord-Amerika) |
| Koppelingen | Alle integraties op elk plan, plus vrije HTTP-nodes | 3.000+ apps, plus custom apps en kant-en-klare templates |
| Instapniveau | JSON, expressies, code-nodes | Visuele editor met datamapping |
| Log-bewaartermijn | 7 dagen (Starter), 30 dagen (Pro) | 7 dagen (Free), 30 dagen (Core tot en met Teams) |
Twee dingen vallen op in die tabel. Make is op de instapprijs ruim twee keer goedkoper en geeft vier keer zoveel eenheden. n8n geeft minder eenheden, maar telt ze anders, en dat draait de vergelijking om zodra je flows lang worden.
Het rekenmodel: waarom dezelfde flow bij Make duurder uitvalt
Een workflow van twintig stappen kost bij n8n één uitvoering en bij Make ongeveer twintig credits. Het rekenverschil tussen n8n en Make zit dus in de eenheid, niet in de prijs per eenheid. Op de instapprijs alleen kun je daarom niet kiezen.
n8n rekent per keer dat een workflow van begin tot eind draait. Of daar drie nodes in zitten of vijfendertig maakt voor de facturering niet uit. Make rekent per module-actie: elke keer dat een module data leest, schrijft, zoekt, transformeert of aggregeert, gaat er een credit af. Routers en error-handlermodules zijn daarvan uitgezonderd, de rest niet. Die eenheid heette tot voor kort “operation” en heet nu officieel “credit”; Make noemt 27 augustus als de datum waarop dat inging.
Voor korte flows maakt het verschil tussen n8n en Make weinig uit. Een webhook die één regel in een Google Sheet schrijft, is bij Make twee of drie credits en bij n8n één uitvoering. Bij 1.000 van die runs per maand blijf je bij beide ruim binnen het instapplan.
Voor lange flows loopt het uiteen. Neem mijn Clarity-frictiesensor: die doet per run vier API-calls, controleert of de data bij het juiste domein hoort, schrijft naar de observations-tabel en plaatst een heartbeat. In n8n is dat één uitvoering. In Make zijn dat zeven credits, elke dag opnieuw.

Wat n8n vs Make kost bij mijn eigen stack
Bij mijn volume is Make in beide scenario’s goedkoper, en dat is geen prettige uitkomst om op te schrijven. Mijn 104 workflows deden in acht dagen 417 uitvoeringen, ongeveer 1.560 per maand. Het goedkoopste n8n-plan dat dat volume dekt is Starter: 20 euro per maand bij jaarbetaling, met 2.500 uitvoeringen. Dat is 23 dollar tegen de koers van 3 september.
Aan de Make-kant staat of valt de rekensom met één aanname: het gemiddelde aantal betaalde modules per run. Die aanname bepaalt de uitkomst het sterkst, dus hieronder twee scenario’s.
Scenario A, tien modules per run. 1.560 runs maal tien is 15.600 credits per maand. Dat valt in de schijf van 20.000 credits, waarvoor Make Core 16 dollar per maand rekent bij jaarbetaling. Tegenover 23 dollar voor n8n Starter scheelt dat ruim 30 procent.
Scenario B, vijf modules per run. 1.560 runs maal vijf is 7.800 credits, wat binnen de instapschijf van 10.000 valt. Make Core kost dan 9 dollar per maand, tegen 23 dollar voor n8n Starter. Ruim twee keer zo goedkoop, en dat is geen randgeval: veel marketingflows zijn precies zo kort.
Zelf betaal ik meer dan die 20 euro. Ik zit op n8n Pro voor 50 euro per maand, en niet omdat ik de uitvoeringen nodig heb. Ik gebruik er 1.560 van de 10.000, dus 16 procent. Ik betaal voor execution search en de langere workflow history. De logbewaring van 30 dagen is daarbij géén argument, want die geeft Make ook op zijn instapplan van 9 dollar. Wie mijn volume draait en die twee functies niet nodig heeft, betaalt met mijn opzet 30 euro per maand te veel.
De omslag verschuift met je aantal runs, en dat is het stuk dat de meeste vergelijkingen overslaan. Bij mijn 1.560 runs blijft Make goedkoper tot ongeveer dertien modules per run: daarboven spring je naar de creditschijf van 40.000, en die kost 29 dollar tegenover 23 voor n8n Starter.
Reken je n8n Pro helemaal vol met 10.000 uitvoeringen, dan schuift die grens naar beneden. Acht modules per run is 80.000 credits, oftewel 55 dollar bij Make Core tegenover 58 dollar voor n8n. Vanaf negen modules kantelt het: 90.000 credits valt al in de schijf van 150.000 en kost 99 dollar. Meer runs betekent dus een lagere omslag, niet een hogere. Mijn Kennisbank-pipeline is zo’n lange flow. Eén run haalt een e-maillabel op, verwerkt de inhoud, roept een classificatiemodel aan, maakt een embedding, schrijft naar de database en stuurt een dagmail. Eén n8n-uitvoering, in Make zes credits.
Nog een kostenpost die zelden wordt meegenomen in vergelijkingen: bij Make vervallen ongebruikte credits aan het eind van de termijn. Bij n8n koop je uitvoeringen per maand en is de vraag alleen of je erboven komt. Voor werk met pieken, zoals een migratie of een bulk-contentronde, scheelt dat in hoe ruim je moet inkopen.
Waar Make wint
Make wint op bouwsnelheid. Je hebt er sneller een werkende flow staan, en dat voordeel wordt onderschat. De visuele editor toont de data per stap in een vorm die je zonder uitleg begrijpt. Datamapping gaat met slepen. De templatebibliotheek levert bovendien complete scenario’s die je alleen nog hoeft te koppelen, waar je in n8n vaker vanaf nul begint.
Wanneer ik Make zou aanraden boven n8n:
- De flows zijn kort en talrijk. Vijftig koppelingen van drie stappen zijn samen zo’n honderdvijftig credits per ronde. Het beheer is in de visuele lijst ook overzichtelijker. Dit is scenario B hierboven.
- Het beheer ligt bij een marketeer, niet bij een technische rol. n8n leidt vroeg of laat naar expressies en soms naar een code-node. Valt de flow stil zodra de bouwer weg is, dan is Make de veiligere keuze.
- Je wilt fouten visueel afhandelen. Make heeft error-routes en herhaalpogingen in de editor zelf, inclusief modules als Rollback, Break en Resume die geen credits kosten. In n8n regel je dat met een aparte error-workflow en instellingen per node.
- Er is geen behoefte aan self-hosting. Is de data niet gevoelig en ligt er geen eigen infrastructuur, dan is de cloudbeperking van Make geen beperking.
Wat me in Make ook bevalt: het gratis plan is werkbaar genoeg om een idee te testen. 1.000 credits per maand en twee actieve scenario’s is weinig, maar het is meer dan een demo. Met twee beperkingen. Op het Free-plan is het minimale interval tussen geplande runs vijftien minuten en de maximale looptijd van één scenario vijf minuten. Voor een test prima, voor productie niet.
Waar n8n wint
Wat mij over de streep trok is de controle over wat je in een flow kunt stoppen. Daarnaast wint n8n op twee punten die pas later gaan tellen: foutzoeken en de licentie.
In n8n kun je bij elke stap een HTTP-request doen naar een API waar geen kant-en-klare node voor bestaat. Bij marketingwerk is dat geen randgeval maar de regel. Merchant API, Bing Webmaster Tools, DataForSEO, Microsoft Advertising met zijn asynchrone rapportage: voor geen daarvan is er een nette kant-en-klare koppeling. In n8n bouw ik ze met een HTTP-node en een stukje verwerkingscode. Zonder die vrijheid had ik de sensoren waarmee ik nu SEO en advertenties bewaak niet kunnen bouwen.
Het eerste van die twee is het foutzoeken. De uitvoeringslog toont per node de volledige in- en uitvoer. Daarmee vind je een fout in een flow van dertig stappen binnen een paar minuten.
Het tweede is de licentie. De Community Edition draai je zelf zonder licentiekosten, onder de Sustainable Use License. Met een VPS van 10 tot 30 euro per maand staat je hele stack in eigen beheer, inclusief de data. Voor werk met klantgegevens of met de AVG in het achterhoofd is dat geen luxe. Let wel op de nuance in die licentie: hij is niet OSI-goedgekeurd en beperkt het commercieel doorverkopen van n8n als dienst.
Eerlijk over de keerzijde: self-hosting kost geen licentie, wel tijd. Je onderhoudt updates, back-ups en beschikbaarheid zelf. Ik draai daarom zelf op de cloudversie. De tijd die een uitgevallen instantie me kost, is meer waard dan het abonnement.
De leercurve: wat je echt moet kunnen
Voor Make heb je geen technische achtergrond nodig, voor n8n een half weekend en de bereidheid om naar JSON te kijken. Het verschil tussen n8n en Make wordt vaak als moeilijk tegenover makkelijk gepresenteerd, en dat klopt niet.
Concreet moet je in n8n drie dingen begrijpen voordat het soepel gaat. Ten eerste hoe items door een workflow lopen: een node draait één keer per binnenkomend item, niet één keer per uitvoering. Dat verklaart de meeste onverwachte uitkomsten bij beginners. Ten tweede de expressie-syntax, waarin je met dubbele accolades naar data uit eerdere nodes verwijst. Ten derde de code-node, die je nodig hebt zodra je meer wilt dan filteren en hernoemen.
In Make komen daar twee andere dingen voor terug: de mapping-interface en het onderscheid tussen bundels en arrays. Dat is minder abstract, en wie datastructuren niet gewend is loopt daar net zo goed op vast. Het verschil is tekst tegenover beeld. Kies wat past bij hoe de persoon die dit gaat beheren denkt.
Voor de bredere context van marketingautomatisering: in AI automatisering voor het mkb staat welk soort werk zich hier überhaupt voor leent, en in AI workflow bouwen staan de zes bouwstenen die je in beide tools nodig hebt.
Welke kies je? Vier situaties uit de praktijk
De keuze tussen n8n en Make hangt minder af van de tools en meer van wie de flows gaat beheren. Vier situaties uit klantgesprekken waarin deze keuze steeds terugkomt, met per situatie één advies.
- Marketingteam zonder technische rol, tien tot dertig koppelingen. Make Core. De flows blijven kort, het beheer is visueel, en 9 dollar per maand voor 10.000 credits dekt dat ruim. De keuze voor n8n kost hier meer tijd dan hij oplevert.
- Eén technische marketeer, flows met API’s zonder standaardkoppeling. n8n Starter of Pro. Zodra je HTTP-requests, eigen verwerking en asynchrone rapportages nodig hebt, kom je met de kant-en-klare bibliotheek van Make niet verder. Dan heb je de vrije nodes van n8n nodig.
- Webshop met contentgeneratie op honderden pagina’s. n8n, en waarschijnlijk self-hosted. Per pagina draai je een keten van ophalen, genereren, valideren en wegschrijven. In credits per stap loopt dat hard op, per uitvoering blijft het betaalbaar. Zo heb ik het ook opgezet voor webshop content automatisering met n8n.
- Bureau of zzp’er die voor meerdere klanten bouwt. n8n, om twee redenen. Onbeperkte gebruikers en workflows zitten op elk plan. En je kunt per klant een aparte instantie draaien zonder per zitplaats te betalen. Mijn eigen tech stack als marketingconsultant is om die reden op n8n gebouwd.
Waarom Zapier niet meer in deze vergelijking past
Zapier rekent per taak, wat hetzelfde kostenprobleem geeft als het creditmodel van Make, maar dan duurder. Daarom gaat deze vergelijking over twee tools en niet over drie.
De databeheersing per stap is bij Zapier beperkter dan bij de andere twee, wat foutzoeken in langere flows lastig maakt. Je ziet minder van wat er tussen twee stappen met je data gebeurt. En de klassieke meerwaarde van Zapier, het grootste aantal kant-en-klare koppelingen, weegt minder zwaar sinds Make op meer dan 3.000 apps zit en n8n vrije HTTP-nodes heeft. Het argument waarmee Zapier jarenlang won is grotendeels vervallen.
Voor wie tien simpele koppelingen wil en nooit meer, is Zapier nog steeds werkbaar. Zodra data wordt getransformeerd, gaat de keuze in de praktijk over n8n en Make.
Wat ik zou doen als ik opnieuw begon
Met de kennis van nu koos ik opnieuw n8n, maar dan meteen de cloudversie in plaats van eerst met self-hosting te stoeien. Die twee weken eigen instantie kostten me meer dan het hele eerste jaar abonnement.
Wat ik anders zou doen: kleiner beginnen. Mijn eerste flows waren te groot, met vijftien stappen die drie dingen tegelijk deden, en dat maakte elke fout duur om te vinden. De aanpak die nu werkt is één taak per flow, met een gedeelde error-handler eronder. Met korte, goed opgeknipte flows had Make ook prima gewerkt. In de afweging tussen n8n en Make hakte ik de knoop pas door toen ik API’s zonder standaardkoppeling nodig had.
Veelgestelde vragen over n8n vs Make
Is n8n goedkoper dan Make?
Alleen bij lange flows, en de grens verschuift met je aantal runs. Draai je 10.000 uitvoeringen per maand, dan kantelt het bij negen modules per run: 90.000 credits kost 99 dollar bij Make Core, tegenover 50 euro oftewel 58 dollar bij n8n Pro. Draai je 1.560 uitvoeringen zoals ik, dan ligt de grens rond dertien modules, want daaronder blijf je bij Make in de schijf van 20.000 credits voor 16 dollar tegenover 23 dollar voor n8n Starter. Meer runs betekent dus een lagere omslag.
Wanneer is Make de betere keuze?
Bij korte flows, bij beheer door een niet-technische rol en bij een snelle start. Vijftig koppelingen van drie stappen kosten samen zo’n honderdvijftig credits per ronde, en de templatebibliotheek scheelt bouwtijd. Ook de foutafhandeling zit visueel in de editor, met modules die geen credits kosten. Voor een marketingteam dat vandaag wil koppelen en over een jaar geen eigen API-integraties verwacht, is Make de nuchtere keuze. In de afweging tussen n8n en Make is dat de situatie die ik het vaakst tegenkom.
Wat is het verschil tussen n8n en Zapier voor bedrijfsautomatisering?
Het rekenmodel en de databeheersing. Zapier rekent per taak, n8n per volledige workflow-uitvoering, dus dezelfde flow van twintig stappen kost bij Zapier twintig keer zoveel eenheden als bij n8n. Daarnaast toont n8n per node de volledige in- en uitvoer, waar Zapier je minder laat zien van wat er tussen twee stappen gebeurt. Voor tien eenvoudige koppelingen is Zapier prima. Voor bedrijfsautomatisering waarin data wordt getransformeerd of verrijkt, loop je vast op kosten en op foutzoeken. Dan gaat de keuze tussen n8n en Make.
Kan ik overstappen zonder alles opnieuw te bouwen?
Nee, in beide richtingen niet: er is geen import tussen Make-scenario’s en n8n-workflows. Wat wel meeverhuist is het denkwerk, want de trigger, de volgorde en de datamapping zijn conceptueel gelijk. Het nabouwen gaat daardoor sneller dan de eerste keer. Reken op een half tot een heel uur per eenvoudige flow en een dagdeel voor een flow met eigen API-calls. Verhuis eerst de flow die je het meeste kost, dan verdien je de overstap het snelst terug.
Heb ik programmeerervaring nodig voor n8n?
Niet om te beginnen, wel om verder te komen. De eerste vijf flows bouw je met kant-en-klare nodes en de visuele editor. Daarna loop je tegen expressies aan, en bij API’s zonder standaardnode tegen een code-node met wat JavaScript. Wie comfortabel is met Excel-formules en een API-documentatie durft te openen, redt het. Wie dat allebei liever niet doet, kiest Make.
Is self-hosted n8n gratis?
De software wel, het draaien niet. De Community Edition kent geen limiet op uitvoeringen of gebruikers en valt onder de Sustainable Use License, die niet OSI-goedgekeurd is en commercieel doorverkopen van n8n als dienst beperkt. Je betaalt voor de server, in de praktijk 10 tot 30 euro per maand voor een VPS, plus je eigen tijd voor updates, back-ups en beschikbaarheid. Functies als SSO, versiebeheer via Git en gescheiden omgevingen zitten in de betaalde Business-licentie, ook bij self-hosting.
Wat gebeurt er als ik door mijn limiet heen ga?
Bij Make stoppen je scenario’s tot je credits bijkoopt of upgradet. Inkomende webhooks worden tot een bepaald aantal in de wachtrij gezet en verwerkt zodra er weer credits zijn. Bij n8n blijven workflows op de betaalde plannen doorlopen en volgt er een naheffing of een upgradegesprek. Dat verschil telt zwaar als je flows iets bewaken dat niet stil mag vallen.
Welke van de twee is beter voor AI-workflows?
Voor AI-workflows is n8n de betere keuze, om twee technische redenen die je factuur bepalen. Een AI-keten is per definitie lang: ophalen, opsplitsen, model aanroepen, valideren, herstellen, wegschrijven. Dat rekent per uitvoering gunstiger af dan per module. En bij zelf gehoste n8n breng je je eigen modelsleutel mee, zodat je AI-kosten los staan van je automatiseringsabonnement. Make biedt daar wel eigen AI-modules en agents voor, wat opzetwerk scheelt voor wie geen eigen sleutel wil beheren.
Waar je mee begint
Tel het aantal stappen in je drie belangrijkste flows en vermenigvuldig dat met het aantal keren dat ze per maand draaien. Dat getal is je Make-creditverbruik, het aantal runs is je n8n-verbruik. Zet beide naast de prijspagina’s, dan is n8n vs Make voor jouw situatie een rekensom in plaats van een smaakkwestie.
Stuur me je drie belangrijkste flows met het aantal stappen en runs, dan reken ik voor je door welk plan bij welke tool het goedkoopst uitkomt.
Verder lezen in dit AI Automatisering cluster
- AI automatisering voor het mkb: praktische workflows die tijd besparen
- AI workflow bouwen: de zes bouwstenen van een goede flow
- AI content workflow: een praktisch stappenplan voor het mkb
- Marketing automatiseren met AI: vijf taken om deze week mee te beginnen
- Webshop content automatisering met n8n
Externe bronnen en onderzoek
De cijfers in deze n8n vs Make-vergelijking komen van de prijspagina’s van beide leveranciers, gecontroleerd op 5 september 2026. Ze veranderen regelmatig, dus controleer ze voor je een keuze maakt.
De actuele plannen, uitvoeringslimieten en self-hostingvoorwaarden van n8n staan op hun prijspagina. Lees verder: n8n plans and pricing.
De creditstructuur van Make, inclusief welke modules geen credits kosten en wat er met ongebruikte credits gebeurt, staat in de veelgestelde vragen op hun prijspagina. Lees verder: Make pricing and subscription packages.
De onderbouwing van het uitvoeringsmodel van n8n, en waarom het per workflow afrekent in plaats van per stap, staat uitgelegd op hun blog. Lees verder: The n8n execution advantage.